KIK Productions

voorstellingen

Leven (en lijden) met de Britten

Interview

Leven (en lijden) met de Britten © Vera Van Dam
tekst: Lia van Bekhoven

productie: Rumoer!
theaterspecial 2026-2027

‘De stem uit Londen’ gaat het theater in

de redactie
‘Ik vind het een eer om Mrs Light Entertainment genoemd te worden.’

Lia van Bekhoven is al zo lang correspondent in het Verenigd Koninkrijk, ‘ongeveer sinds de Beeldenstorm’, dat ze de jaren sinds ze er neerstreek niet meer telt. Zeker is dat ze eind jaren zeventig terechtkwam in een land waar filterkoffie een zeldzaamheid was en vloerbedekking in de wc’s de norm. ‘Terwijl het bij ons in Nederland andersom was’.

Sindsdien versloeg ze als ‘de stem uit Londen’ alle grote en kleine ontwikkelingen binnen het Verenigd Koninkrijk. Van mijnstakingen tot de dood van prinses Diana en van Harry Potter tot de Brexit.

Ze werkt voor BNR Nieuwsradio en de VRT, produceert de wekelijkse podcast Van Bekhovens Britten en schuift regelmatig aan als studiogast bij actualiteitenrubrieken op radio en tv. Ze schreef vier boeken over het VK.

Na twee succesvolle tours langs voornamelijk Vlaamse theaters trekt ze dit najaar de Nederlandse speelzalen in. In Leven (en lijden) met de Britten praat ze ons bij over hoe ze een premier strikte voor een interview, afging in Zimbabwe en wat ze aanhad op een tuinfeest op Buckingham Palace.

‘Een avondje vol humor, zelfspot en anekdotes van een vakvrouw die er maar geen genoeg van krijgt om te vertellen over het land dat nooit het hare werd’, weekblad Oosterhout.


Het allerleukste aan zo’n theatershow, en ik noem het een show omdat er veel filmpjes, foto’s, spotprenten enzo inzitten, is dat ik voor het eerst kennis maak met ‘mijn’ publiek. Decennialang praat je in studio’s en vanuit je werkkamer tegen een onzichtbare massa en nu zitten ze op vijf meter van me vandaan. Ik kan ze zien. Ik hoor wanneer de zaal stil is. Ik hoor wanneer er gelachen wordt. En na afloop in de bar hoor ik wat er niet aan mijn verhaal deugde. Nee, hoor. Grapje. Maar ik heb eindelijk een beeld van wie de luisteraars en kijkers zijn. Zo bijzonder.

Alle clichés zijn waar. Het is heel vleiend gevraagd te worden om live te vertellen over ruim veertig jaar leven en werken met de Britten. Ik was zelf nooit op het idee gekomen. De notie dat een theaterproducent denkt dat je zoiets kan, betekent dat je snel ja zegt. IJdelheid, hè?

Maar het is ook waar dat je net voordat je op moet tussen de coulissen staat te trillen en het moment vervloekt dat je ja gezegd hebt.

Die nervositeit verdwijnt na de eerste minuten trouwens en vanaf dat moment slaat de adrenaline toe en is het alleen maar leuk. Ik bedoel: 78 minuten aan het woord zijn zonder onderbroken te worden! In mijn gewone werkend leven heeft de presentator na een minuut of drie genoeg van mijn verhaal.

Ik heb altijd gedacht dat ik duizend dingen tegelijk kon doen, vergeet het maar. De avond van een optreden kan ik niks aan. Om je een voorbeeld te geven. Meestal is de kleedkamer maar een paar meter van het podium, maar ik kan dat podium niet vinden. Ik verdwaal op een vierkante meter. Mijn hoofd zit zo vol dat me de bandbreedte ontbreekt te onthouden hoe ik van A naar B kom. Toen ik een keer, vlak voor een voorstelling, op het toneel verwacht werd, stond ik tussen de auto’s op de parkeerplaats van het cultureel centrum. Verkeerde deur. Sindsdien vraag ik iemand enkele minuten voor de voorstelling op mijn deur te kloppen en me mee te nemen naar het podium.

Over kleedkamers kan ik een boek schrijven.
Sommige zijn huiselijk, met goeie spiegels en verlichting en een tafel vol lekkere dingen. Van andere kleedkamers denk je: zo moet het zijn om in voorarrest te zitten.

Waar ik niet over uitgepraat raak is over hoe wij denken de Britten te kennen en er dan grandioos naast zitten.
Inmiddels weet ik wel dat als je een Brit uitnodigt en hij zegt: ‘Klinkt goed’, of ‘Ik noteer alvast de datum’, of ‘Gaan we doen’, dat ie dan bedoelt: ‘No way’. Gaat niet gebeuren. Maar het duurde even voordat ik die antwoorden kon interpreteren. Ik sla trouwens zelf nog steeds de plank mis. Waar dan? Daarvoor moet je komen kijken.

Britten reageren vaak tegenovergesteld aan ons. Waar wij niet zwaar aan tillen is voor Engelsen onoverkomelijk. Als wij vergeten zijn om spul voor de kattenbak in huis te halen, dan komen we daar vrij snel overheen. Voor de Britten is dat een drama. Een ramp. A disaster. Terwijl als zich echt een ramp voltrekt dan is dat ‘a bit of a headache’.

Ik heb moeite met de Britse reactie die van je verwacht wordt.
Stel dat de kapper er echt niks van gemaakt heeft, je haar ziet er niet uit en je kunt je polsen wel doorsnijden van ellende, dan hoor je te zeggen: ‘That’s lovely. Thank you’. Nou, ik niet.
Hetzelfde geldt voor het eten in een restaurant. Je hoort de koude hap die warm had moeten zijn, niet terug te sturen. En als de ober na afloop vraagt of het gesmaakt heeft dan wordt verwacht dat je zegt: ‘Very nice. Thank you’. Mijn Britse vrienden vinden mijn reactie dan zo gênant.

Seth Gaaikema zei eens tegen mij dat het onmogelijk was goeie Britse vrienden te hebben.
Want, zei hij, de Britten gaan alle zelfintrospectie en diepgang uit de weg. Gesprekken blijven altijd aan de oppervlakte hangen of worden met een grap gerelativeerd. Ik heb hele goeie Britse vrienden, maar ik weet precies wat Gaaikema bedoelde. Wat ik echter ook weet is hoe essentieel grappen zijn. Voor de Britten is humor en vooral zelfspot, iets existentieels. Zonder overleef je hier niet. Daar heb ik het in mijn show ook over. Over hoe je jezelf niet serieus moet nemen en hoe iedereen om zichzelf moet kunnen lachen. Ik vermoed dat die eigenschap terug te voeren is op het klassenstelsel. Zoals zoveel in dit land.

Ook al woon ik veel langer in Engeland dan dat ik in Nederland geleefd heb; ik ben en blijf Nederlandse. Een Nederlandse Londense. Ik kijk nog steeds als een buitenstaander naar de Britten. Dat kan ook niet anders. Je kunt je niet veroorloven om je met de Britten te vereenzelvigen, ook al was mijn man Brits en zijn mijn kinderen Brits. Als correspondent moet je aan de zijlijn blijven staan.

Natuurlijk heb ik het in ‘Leven (en lijden) met de Britten’ over de Brexit en over hoe het land er tien jaar na dat referendum bijligt.
Politiek is het er niet stabieler op geworden. De Britten versleten sinds 2016 zes premiers. Ook economisch zijn ze er sterk op achteruit gegaan. En ja, klopt. Bij iedere peiling stijgt het aantal Britten dat zegt terug te willen naar de EU. Of dat ook gaat gebeuren? De schrijver Hugo Young zei eens: ‘Het lot van het VK is het verleden dat het niet kan vergeten, te verzoenen met de toekomst die het niet kan vermijden’. Maar vermijden doet het nog steeds en zal het voorlopig blijven doen.

Er is overigens geen onderwerp dat zo constant in de Nederlandse belangstelling gestaan heeft als de royals.
Over geen enkel andere topic heb ik meer geschreven en gepraat. Mijn man zei wel eens dat we zonder de Windsors, en met name Diana, ons huis nooit hadden kunnen verbouwen.

In de tijd dat ik in Londen zit hebben de Britse royals zich ontwikkeld als de enige, mondiale monarchie. Geen andere koninklijke familie die wereldwijd zo nadrukkelijk de pers domineert en de sociale media bezighoudt.

In eigen land zijn de Windsors terrein aan het verliezen. Hun populariteit is gestaag dalende. Het is onvoorstelbaar dat een bijna duizend jaar oude monarchie het ooit zal laten afweten. En het is niet waarschijnlijk dat dat zal gebeuren. Maar zou het Verenigd Koninkrijk uit elkaar spatten in een Onverenigde Republiek, dan zou ik dat als correspondent zo graag meemaken.


Leven (en lijden) met de Britten van Lia van Bekhoven is tot en met 18 december in de Nederlandse theaters te zien. De speellijst vind je hier.