KIK Productions

voorstellingen

Lost & Found II

Interview

Lost & Found II © Paul Bergen
theaterconcert 2019-2020

Tim Knol brengt nieuwe nummers en verhalen in Lost & Found II

© Jaap Stiemer
‘Ik kan hier nog jaren mee voort’

Hij reist lichter dan tijdens de vorige Lost & Found-tournee langs de theaters. Toen ging er een hele kringloopwinkel mee, zoals Tim Knol het zelf omschrijft. ‘De opbouw is nu meer zoals de folkshows van vroeger. Drie microfoons en een paar gitaren. Daardoor krijg je een heel eerlijk geluid.’

Tijdens de vorige serie theatershows reisde Tim met toetsenist Eric Lensink door het land en werden overal kringloopwinkels bezocht. De vondsten werden uitgestald op het podium en ook nam de zanger-gitarist delen van zijn eigen verzamelingen mee, aanstekers bijvoorbeeld, die samen met de merchandise en platen werden verkocht.
‘Dat liep wat uit de hand’, vindt Tim Knol nu. ‘De opzet van Lost & Found II is hetzelfde, maar dan zonder die kringloopwinkel. Ik speel nu ook alleen. Ik neem een paar platen met vergeten liedjes mee die ik te gek vind en daar vertel ik over. Die liedjes speel ik. Ik doe ook drie of vier nummers van mijn laatste album Cut the Wire en daarnaast alleen nieuw materiaal.’

In mei komt er een nieuw album uit van Tim Knol, waarop het publiek hem weer van een geheel andere kant leert kennen. De plaat is opgenomen met de Blue Grass Boogiemen, een naam die meteen de muziekstijl verraadt die het album domineert; bluegrass. De razendsnelle, meerstemmig gezongen country, die in de jaren vijftig van de vorige eeuw in Kentucky ontstond.
‘Ik ken die muziek goed, het werd vroeger bij mij thuis veel gedraaid. En mijn vader zat in een groep die dat speelde. Pain in my Heart van The Osborne Brothers herinner ik me nog goed. En dat is dan ook de enige cover die op mijn nieuwe album komt te staan. Het is goed te doen om de vibe van die muziek in mijn eentje in het theater neer te zetten. Ik heb veel geoefend met flatpickin’, dat is met een plectrum heel snel melodieën spelen. Als je Doc Watson ziet spelen dan weet je dat het niet onmogelijk is.’
‘Het heeft lang geduurd voor ik dit durfde te doen. Ik ben een Europeaan en deze muziek is super-Amerikaans. Maar ik komt uit West-Friesland en dat is toch ook een soort Texas of Kentucky. Ik was misschien bang dat mensen het niet zouden pikken. Maar daar heb ik nu schijt aan, ik doe het gewoon. Met de plaat ben ik heel tevreden. Het had een Amerikaanse band kunnen zijn, als je er naar luistert. En er komt geen elektrische gitaar op voor.’

Nieuwe wegen dus voor Tim Knol, die in 2018 zijn vierde album Cut the Wire afleverde en die begin dit jaar in een uitverkocht Paradiso zijn 10-jarig artiestenjubileum vierde. Tim reist nu samen met zijn geluidstechnicus door het land. Drie microfoons en enkele akoestische gitaren bepalen samen met Tims stem het geluid van de avond.
‘Gitaren worden vaak rechtstreeks in de geluidsinstallatie geprikt, maar we hebben ervoor gekozen dat niet te doen en met microfoons te werken. Dat maakt het ook mogelijk geluidsopnames met studiokwaliteit te maken. Ik heb nog nooit live-opnames uitgebracht, maar misschien dat ik hiermee iets doe. In ieder geval vind ik deze manier van werken heel cool. Ik kan ook de keuze van de nummers aanpassen wanneer ik wil, dat kon de vorige keer niet. Voor mij is het een nieuwe uitdaging en dat is prettig wanneer je een show veertig keer speelt en met de reprise erbij zeventig, tachtig keer.’

De van oorsprong Hoornse singer-songwriter voorspelt ‘veel geouwehoer’ tijdens de voorstellingen. ‘Als ik zelf in het theater zit, wil ik ook dat het zo is. Ik ben op mijn best als ik binnen de opbouw van mijn show de vrijheid heb om mijn verhaal steeds op een iets andere manier te vertellen, al naar gelang de zaal. Ik merk dat het werkt, wat ik doe in het theater. Er komt een nieuw publiek op af en dat komt ook weer terug. En er komen steeds weer nieuwe mensen bij. In het theater krijg je niet alleen de muziek, maar kun je ook ervaren hoe iemand als persoon in elkaar zit. Dat is echt anders dan in een popzaal, waar je alleen de muziek hebt. Het is een kwestie van volhouden. Ik zie het aan Daniël Lohues, die hard heeft gebouwd aan zijn theaterwerk en daar echt iets mee heeft neergezet. Ik kan hier ook jaren mee voort, want verhalen zijn er altijd.’

Terwijl hij ’s avonds in de theaters speelt, probeert Tim overdag ook productief te zijn. Op het nieuwe I Love My Label bijvoorbeeld, wordt een EP met zes nummers van het duo Sam & Julia uitgebracht. ‘Daar gaat veel tijd in zitten, omdat ik echt alles regel voor de artiesten die worden uitgebracht. Het is meer dan alleen een vinylplaatje uitbrengen, wat ik eerder met een ander label heb gedaan. Zelf heb ik tien jaar geleden de kans gekregen van het label Excelsior om mijn muziek te laten horen, zoiets wil ik ook graag voor anderen doen.’

Tijdens de theatertournee, die loopt tot en met april, wordt er toch af en toe nog wel eens een kringloopwinkel bezocht, of – uiteraard – een platenzaak. ‘Ik loop vaak de stad of het dorp wel even in waar ik speel. Ik was laatst in Tilburg. Ik belandde in een verlaten winkelcentrum. Daar kwam ik maar één persoon tegen en dat was Guus Meeuwis. Erg hilarisch.’

Lost & Found II van Tim Knol is tot en met april in diverse Nederlandse theaters te zien. De speellijst vind je hier.